Voor het contact met de bewoonde wereld zorgden Leo Touw (17 jaar) en de twee koeriersters Jel de Kort-v.d Sande en Lenie Gerritsen (later gehuwd met Emil Vladislav Kierczak). Leo Touw was een broer van de marconist Henk Touw. Leo Touw zorgde voor de bevoorrading van de radiopost. Met zijn handkar bracht hij levensmiddelen en andere goederen naar de boswachterswoning. De koeriersters verzorgden de verbinding tussen de Gewestelijk commandant en Paul Windhausen de commandant van de radiopost. Het verblijf in de Vloeiweide duurde voor de bemanning van de radiopost te lang. De stilte aan het front noopte hen tot wachten. De verveling werd hun grote vijand. Werkzaamheden op het afwerpterrein waren er niet want er werden vanuit Engeland geen wapens en materieel boven bezet Nederland afgeworpen. Ook al lag de boswachterswoning op een flinke afstand van de bewoonde wereld, het gewijzigde beeld in de anders zo rustige Vloeiweide kon voor de bewoners en de bezoekers van de streek niet onopgemerkt blijven. Het was bekend dat er in het naburige Princenhage over de aanwezigheid en de activiteiten van de verzetsmensen in de Vloeiweide werd gekletst. Dan was er ook nog de lange zendmast die op het terrein van de boswachterswoning stond. De mast was in de verre omgeving goed waarneembaar. Op 1 oktober 1944 was er bij de Staf van het Gewestelijk Hoofdkwartier in Breda serieus over nagedacht om de radiopost op te heffen. Er werd geen actie ondernomen omdat Paul Windhausen er de noodzaak niet van in zag.
In de omgeving werden door de bewakingsgroep steeds vaker mensen gesignaleerd die zich verdacht bij de boswachterswoning ophielden. Het waren bewuste of toevallige passanten. Een passant is er mogelijk de oorzaak van geweest dat in het huis van de familie Neefs een inval werd gedaan. Op dinsdag 3 oktober 1944 in de namiddag kwam er bij de woning van Neefs een vreemdeling aan de deur. Het was de Belg Lodewijk de Coster. Deze De Coster bleek later lid te zijn van de Frontaufklärung. De Frontaufklärung was een frontverkenningsdienst die gebruik maakte van Nederlandse of Belgische spionnen die met de Deutsche Wehrmacht samenwerkten. Paul Windhausen stond De Coster voor de deur van de woning te woord. De man vertelde Belg te zijn. Hij zou ontsnapt zijn aan de Feldgendarmerie. Via Brabant zou hij op weg zijn naar België, daarom vroeg hij de weg naar Antwerpen. Nadat Windhausen hem de weg had gewezen hield de vreemdeling zich nog een tijd op in de omgeving van het boswachtershuis en hij observeerde de schuur en de binnenplaats. Later zou blijken dat deze Belg een handlanger was van leutnant Kurt Steinmeier de adjudant van de Ortskommandant in Breda. Na het bezoek aan de boswachterswoning ging de Coster bij Steinmeier verslag uitbrengen.