De tweede fase van de aanval

Kees Buuron, Jan Juten en Sjoerd Bernaards, die op het naburige tuindersbedrijf ondergedoken zaten, waren door de geluiden van het schieten en de ontploffingen gewekt. Met een omtrekkende beweging probeerden ze bij de woning van Neefs te komen. Toen ze zagen dat de overmacht aan Duitsers te groot was sloegen ze op de vlucht. Ze wisten heelhuids het naburige Princenhage te bereiken. Ze doken onder en toen zij zich in veiligheid achtten brachten ze rapport uit bij de staf van het Gewestelijk Hoofdkwartier van de OD in Breda.

De vergeldingsdrift van de Duitsers was nog niet verzadigd. De tweede fase van de aanval werd ingezet om kwart voor zes. Het lot van de mannen in de schuur werd beslecht. Er werden zeven mannen van de bewakingsploeg gevangengenomen. Marinus van den Boogaard wist zich in de schuur verborgen te houden. Johan Oberg en Harrie van de Sande ondernamen een poging om te vluchten. Toen de operatie voorbij was werden hun lijken op een afstand van ongeveer vijfhonderd meter van de schuur gevonden. De Duitsers staken de schuur in brand waarbij de Nederlandse handlangers een werkzaam aandeel hadden. Door de brand moest Marinus van den Boogaard uit zijn schuilplaats tevoorschijn komen. Hij werd voor de schuur neergeschoten. Hij was niet dodelijk getroffen. Hij kreeg van een NSKK man een genadeschot. Hetzelfde lot troffen even later Paul Windhausen en Emiel Neefs.

In de woning was een begin van brand ontstaan. Met brandende stukken stro en hout van de schuur werd het vuur in de boswachterswoning aangewakkerd. Door het puin dat in het keldergat lag konden de mensen de kelder niet verlaten. De Duitsers lieten de lijken van hun drie gesneuvelde makkers leutnant Kurt Steinmeier, unterofficier Christel Bühler en de NSKK man Fokke Mulder naar Breda afvoeren. De NSKK mannen die daarmee belast werden kregen de opdracht om de gemeentepolitie in Breda te waarschuwen. Het was bij de Duitsers een vaste procedure dat zij de door hen gedode Nederlanders door de lokale politie lieten bergen. In dit geval kreeg de gemeentepolitie van Breda het verzoek om naar de Vloeiweide te komen. Voordat de politie aankwam arriveerden er rond acht uur twee wachtmeesters van de Groep Koninklijke Marechaussee uit Zundert ter plaatse. Het waren de wachtmeester H.D. Beijhuijzen en J.Lambregts. Ze waren op de rook af gekomen en ze informeerde bij de Duitsers naar wat er gebeurd was.

Deel dit artikel

Over Stichting De Vloeiweide