Even tijd later arriveerde er een auto van de Feldgendarmerie. De auto werd gevolgd door een auto van de gemeentepolitie uit Breda. In de politieauto zaten hoofdinspecteur Migo en de rechercheur Gerrit Verdaasdonk. Verdaasdonk hoorde dat er nog mensen in de kelder aanwezig waren. Toen hij het smeulend vuur in de kelder zag en de rook die door het kelderraam naar buiten kwam gooide hij een emmer water in de kelder om de brand te blussen. Samen met de twee wachtmeesters van de Marechaussee stootten zij hard met een boomstam tegen het kelderraam. De spijlen vlogen eruit. Ze tilden Cornelis Neefs (4 jaar) naar buiten. Het jongetje had een grote buikwond en een gat in zijn hoofd. Het kind stierf in de armen van Verdaasdonk. Toen kropen er drie meisjes en twee jongens door het kelderraam naar buiten. Het waren Julia (7 jaar), Johan (9 jaar), Sjaak (14 jaar), Wies (20 jaar) en Toos (22 jaar). Frie Renard en Jan Nelissen kropen als laatste door het kelderraam naar buiten. De mensen waren zwaar tot lichtgewond en hun huid was geschroeid. Renard en Nelissen werden door de Feldgendarmerie gearresteerd. Toen Verdaasdonk in de kelder keek zag hij de lijken van moeder Neefs (45 jaar) en haar dochter Rietje (16 jaar) liggen. De lijken werden uit de kelder gehaald en naar het lijkenhuisje in Rijsbergen afgevoerd.
Hoofdinspecteur Migo zorgde ervoor dat de geredde kinderen naar het St. Ignatius ziekenhuis in Breda werden gebracht. Voor de Duitsers en de Nederlandse NSKK mannen was de operatie voltooid. De tegenstander was uitgeschakeld en het huis en de schuur waren vernietigd. De zeven gevangenen werden naar het Bureau van de Feldgendarmerie, in het gebouw van de voormalige Kamer van Koophandel aan de Julianalaan in Breda, afgevoerd. Zoals later zou blijken was de overval op de radiopost geïnitieerd door leutnant Steinmeier. De militaire operatie was zonder inmenging van majoor Kirsten de Ortskommandant van de Wehrmacht in Breda georganiseerd. Kirsten had zich reeds bij de naderende nederlaag van het Duitse leger neergelegd. Hij was op zijn rust gesteld en hij wachtte af op wat ging komen. Zijn adjudant, leutnant Steinmeier, was een fanaat die in het zicht van de nederlaag nog carrière wilde maken. Het was in Breda bekend dat Steinmeier veel zaken buiten de Ortskommandant om regelde. In wezen maakte Steinmeier op de Ortskommandantur in Breda de dienst uit.
De burgerslachtoffers die op 4 oktober 1944 omkwamen behoorden allen tot de familie Neefs. Ze werden op 5 oktober 1944 op de RK Begraafplaats in Rijsbergen begraven.
- C. Neefs-Koijen, geboren te Meir, wonende te Rijsbergen, geboren 29-6-1899
- E. Neefs, geboren te Zundert, wonende te Rijsbergen, geboren 22-4-1926
- F. Neefs, geboren te Gilze-Rijen, wonende te Rijsbergen, 10-11-1927
- J. Neefs, geboren te Rijsbergen, wonende te Rijsbergen, 15-6-1940
De slachtoffers die op 4 oktober 1944 aan de kant van de Ordedienst omkwamen waren:
- Marinus v.d.Boogaard, geboren te Steenbergen, wonende te Steenbergen (1922-1944)
- Johan M.Oberg, geboren te Den Haag, wonende te Wassenaar (1907-1944)
- Hendrikus G.v.d.Sande, geboren te Teteringen, wonende te Breda (1921-1944)
- Henk Touw, geboren te Breda, wonende te Breda (1913-1944)
- Henricus J.P.Windhausen, geboren te Roermond, wonende te Breda (1903-1944)
Op 4 oktober 1944 werden op de Begraafplaats Zuylen in Breda de slachtoffers aan Duitse zijde met militaire eer begraven.
- Kurt Steinmeier, Ortskommandantur, leutnant
- Christel Bühler, Feldgendarmerie, unterofficier
- Fokke Mulder, Ortskommandantur, geboren Bolsward, NSKK


