In de nacht van 3 op 4 oktober 1944 verbleven in de boswachterswoning behalve Neefs, zijn echtgenote en zijn acht kinderen ook Paul Windhausen, Henk Touw, Jan Nelissen en Frie Renard. Frie Renard (19 jaar) was bevriend met Emiel Neefs (18 jaar). Samen werkten ze op de landbouwgrond van het landgoed. Renard woonde in Breda. De afstand naar zijn huis was te ver om elke avond naar huis te gaan. Daarom bleef hij soms bij de familie Neefs slapen. In de niet ver van de woning gelegen schuur sliepen tien man. Twee van hen waren op patrouille. Kees Buuron, Sjoerd Bernaards en Jan Juten sliepen op hun onderduikadres bij het naburige tuindersbedrijf.
In de vroege morgen van 4 oktober 1944 werd de boswachterswoning van Neefs door een Duitse militaire eenheid met een sterkte van ruim honderd manschappen omsingeld. De eenheid stond onder bevel van leutnant Kurt Steinmeier. Het gros van de manschappen dat aan de operatie deelnam was gelegerd op de KMA in Breda. Leutnant Kurt Steinmeier, de adjudant van de Ortskommandant in Breda, had hun bijstand gevorderd. De mannen lagen in het veld met een onderlinge tussenruimte van nog geen vijf meter. De inval in de boswachterswoning werd uitgevoerd door een twintigtal Feldgendarmen aangevuld met een zevental Nederlandse NSKK-mannen. Er waren op een afstand van een paar honderd meter twee mitrailleurs in stelling gebracht.