De bewakingsgroep ten behoeve van het afwerpterrein

Ten behoeve van de bewakingsgroep van het afwerpterrein meldden zich die middag zeven mannen. Hendrikus van der Sande (23 jaar), afkomstig uit Breda, Marinus van den Boogaard (22 jaar), afkomstig uit Steenbergen, Jacobus van den Boogaard (23 jaar), afkomstig uit Steenbergen, Johannes Bakker (23 jaar) afkomstig uit Breda, Adrianus v.d.Heuvel (34 jaar), afkomstig uit Breda, Hendrikus Hofman (21 jaar), afkomstig uit Breda en Hendricus Brautigam (49 jaar) afkomstig uit Amsterdam. Brautigam was stuurman van de grote vaart. Hij verbleef in Breda als tijdelijk inspecteur van de Centrale Distributiedienst. Brautigam werd de informele leider van de bewakingsgroep. De vier onderduikers Jan Nelissen, Kees Buuron, Sjoerd Bernaards en Jan Juten sloten zich bij de bewakingsploeg aan. De totale sterkte van de ploeg kwam daardoor op elf man. De totale sterkte van de beide groepen bedroeg zestien man. Windhausen en Touw verbleven in de boswachterswoning. Buuron, Bernaards en Juten verbleven op hun onderduikadres en de andere mannen sliepen in de schuur op het terrein van Neefs. De leden van de bewakingsgroep kregen de opdracht om ‘s nachts, indien nodig, het afwerpterrein te bemannen. Daarnaast hadden ze de taak om patrouilles te lopen in de omgeving van de radiopost en in het gebied tot aan de Belgische grens verkenningen uit te voeren om inlichtingen in te winnen over de Duitse stellingen en troepenbewegingen. De bewapening van de leden van de bewakingsgroep bestond uit een minimale voorraad wapens. Ze hadden de beschikking over een aantal pistolen, een paar geweren en een paar handgranaten. Alles bij elkaar was het te weinig om zich in een noodsituatie te kunnen verweren.

Deel dit artikel

Over Onno Brautigam